|
Gemeente Haarlem, Stedelijke ontwikkeling – afd. beleid t.a.v. Mw. Mr. S.A. Vreeswijk-Rooth Postbus 741 2003 RS Haarlem
Haarlem, 31 oktober 2005
Onderwerp: reacties op het voorontwerp bestemmingsplan Schalkwijkerweg.
Geachte mevrouw,
Het voorontwerp bestemmingsplan Schalkwijkerweg, dat ons om advies werd toegezonden, geeft ons aanleiding tot de volgende reacties:
Hoofdstuk 2 – beschrijving plangebied 2.3 - Recreatienota Haarlem, in het Spaarneplan zou worden gesproken over verplaatsing van woonschepen om zichtrelaties te verbeteren. Wij merken hierbij op dat in het Structuurplan Haarlem 2020, dat in april jl. door de raad is vastgesteld, in deel 3, onder 2.5 staat vermeld; “dat er ten behoeve van o.a. betere doorzichten niet actief uitgeplaatst gaat worden”. Wij vertrouwen erop dat de tekst in de toelichting bij het volgende ontwerp-bestemmingsplan overeenkomstig deze Raadsuitspraak dienaangaande wordt aangepast, c.q. gewijzigd zal worden.
2.4 – Wonen In onze reactie op het concept-voorontwerpplan hebben wij erop gewezen dat er geen 25 maar 42 ( legale) woonschepen in het plangebied liggen.Om een voor ons onduidelijke reden worden er nu 40 in het voorontwerp vermeld. Dit is dus niet juist.
Brandveiligheid In de paragraaf woonschepen wordt verwezen naar richtlijnen in de Woonschepenverordening. Hier wordt in algemene zin verwezen naar richtlijnen in de Woonschepenverordening m.b.t. een aan te houden afstand van 5 meter tussen woonschepen. In april 2004 is een werkgroep gestart, bestaande uit de kerngroep van de BHS en een aantal ambtenaren van de gemeente om de hele verordening met de stofkam uit te vlooien op ongerechtigheden. Deze werkgroep is van mening dat de onderlinge afstand van 5 meter tussen de woonschepen alleen voor de Waarderhaven zou moeten gelden en niet daarbuiten. Om die reden vinden wij dat hergroepering geen noodzaak is. Overigens is deze passage in het voorontwerp nogal ondoorzichtig geformuleerd. Niet duidelijk is wat de gemeente nu precies wil . Meer duidelijkheid hierover vinden wij noodzakelijk. Immers : de woonschepen krijgen in het bestemmingsplan een planologisch beschermde bestemming op de ligplaats die ze nu innemen. Elke verandering van de ligging binnen de bestemming woonschepenligplaats is weliswaar geen wijziging in deze beschermde status maar heeft wel ingrijpende gevolgen voor betrokkenen ( voor zowel bewoners als de gemeente) met wellicht hoge kosten vanwege noodzakelijkerwijs aan te brengen aanpassingen in de feitelijke situatie. Bovendien is de grens tussen binnen- en buitengebied op de plankaart moeilijk te onderscheiden; met andere woorden om welke en hoeveel schepen gaat het. Het zou overigens de duidelijkheid ten goede komen als de stedelijke contour uit het streekplan ook op de bestemmingsplankaart wordt aangegeven zeker als dat beleidsconsequenties voor de woonschepen heeft. Nog afgezien van de financiële en materiele consequenties zal deze hergroepering ons inziens niet kunnen plaatsvinden zonder een aanslag te plegen op de vrije oevers. Concluderend zijn wij van mening dat deze passage alleen maar onrust opwekt wanneer niet duidelijk wordt aangegeven of een en ander wel daadwerkelijk geëffectueerd kan worden. Wij pleiten er derhalve voor deze passage te schrappen Dan hebben wij nog een opmerking over de zichtlijn : Blijkens de beleidsuitgangspunten is herstel van het zicht op het Spaarne het doel. Daarbij wordt het zicht bedoeld vanaf de Zuid-Schalkwijkerweg en (terecht) niet alleen het Jaagpad Streven naar verbetering van de zichtlijn op het Spaarne hoort derhalve niet uitsluitend gericht te zijn op eventuele acties richting woonschepen maar – wil de gemeente consequent zijn- zou ook moeten gelden voor de erfbebouwing op percelen langs de weg, waardoor het zicht op het Spaarne wordt belemmerd.
2.7 – Recreatie en sport. Wat is er op tegen om het Jaagpad, vanaf de molen de Eenhoorn, richting het zuiden, als recreatieve fietsroute op te nemen. Het pad is nog niet zolang geleden opnieuw geasfalteerd en goed begaanbaar. De Haarlemse Vaardagen hebben uitgewezen dat bij recreanten grote belangstelling bestaat om monumentale/historische schepen te bezichtigen en informatie te ontvangen. In het kader van de aanvulling op reeds bestaande attracties aan of in de nabijheid van het Spaarne zou uit een oogpunt van toerisme en cultuurhistorie de oeverlijn tussen de molen de Eenhoorn en de Schouwbroekerbrug een uitstekende locatie zijn voor een aantal van dergelijke schepen; zonder daarmee andere locaties uit te sluiten.
4. – Planbeschrijving Wijzigingsbevoegdheid WII Hoofdstuk 2 – Bestemmingsbepalingen art. 29 Wijzigingsbevoegdheid WII.
Wij hebben er ernstige bezwaren tegen dat er, om welke redenen dan ook voor 2 gebiedsdelen een wijzigingsbevoegdheid (WII ) is/of wordt opgenomen. In het bestemmingsplan Zuid-Schalkwijkerweg dat in 1974 werd vastgesteld door de Raad werden de aanwezige woonschepen ( waaronder ook de nu bedreigde woonschepen W2 behoren) op grond van het nu geldende bestemmingsplan wegbestemd; althans niet als zodanig bestemd. Zij kwamen daarmee terecht onder de overgangsbepalingen van dit bestemmingsplan en op grond hiervan konden zij met toestemming van de gemeente en de provincie blijven liggen. Wel zouden er goed ingerichte ligplaatsen elders gevonden dienen te worden.
Hetgeen tot heden – na 30 jaar – niet is geschied.
Aangezien het absoluut onwenselijk is en ook ontoelaatbaar – i.v.m. de al 30 jaar durende rechtsonzekerheid – dat de eigenaren van deze schepen wederom onder de overgangsbepalingen van het nieuwe bestemmingsplan komen te vallen, lag het in de lijn der verwachting dat alle woonschepen in het voor – ontwerp bestemmingsplan Schalkwijkerweg nu onvoorwaardelijk gelegaliseerd zouden worden ( de feitelijke aanwezige situatie nu gelegaliseerd zou moeten worden). Dit is ook gebeurd voor het grootste gedeelte van het aantal woonschepen. Echter voor 2 groepjes woonboten – ze worden weliswaar ingetekend – geldt een Wijzigingsbevoegdheid WII. Ze krijgen dus wel een woonschepenbestemming maar met een mogelijkheid tot wijziging van die bestemming. De bewoners van deze schepen, waarvan het merendeel meer dan 25-30 en 35 jaar op dezelfde plek woont, komen daardoor in een onzekerheid die te vergelijken is met de hierboven genoemde overgangsbepalingen. Wij verwachten dan ook dat – zoals de Wet op de Ruimtelijke Ordening ook eist- het ontwerp-bestemmingsplan een financiële onderbouwing in de Toelichting levert van de realiseringskansen van deze wijzigingsbevoegdheid en ook inzicht in de mogelijke termijn, welke immers binnen de planperiode van ca. 10 jaar moet liggen - opdat blijkt dat de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan als onderdeel van de maatschappelijke uitvoerbaarheid binnen de planperiode is zekergesteld.
2. – Bestemmingsbepaling art. 11 Landschappelijke doeleinden enz. (Lr) lid 4: 1b
In het concept voorontwerp bestemmingsplan Schalkwijkerweg mocht de oppervlakte van het bijgebouw max. 8 m² bedragen. In het voorontwerp is dit – zonder nadere toelichting – teruggebracht naar 6 m². Ons is verteld dat een bestemmingsplan afgestemd wordt op andere bestemmingsplannen. Het bestemmingsplan wat daar het beste voor in aanmerking komt, is het plan Zuiderpolder. De woonschepen die in dit plan opgenomen zijn mogen een bijgebouw/schuur hebben van 12 m². Zo’n groot verschil met de eerder genoemde 6 m² kan geen toeval zijn. Waaraan wordt de nodig geachte ( schuur) oppervlakte gerelateerd?
Art. 9 – Bestemming erf (E). De bij woningen behorende gronden zijn bestemd als erf. Binnen deze bestemming zijn onder andere bijgebouwen toegestaan voorzover deze ten dienste zijn aan de daarbij behorende hoofdbebouwing. Van het achter de voorgevelrooilijn gelegen erf bij woningen mag maximaal 50% worden bebouwd. Voor percelen van enige omvang gelden andere regelingen. Het lijkt ons redelijk wanneer zo’n soort gelijke regeling ook van toepassing is op de grond behorende bij de woonschepen. Voor het bijgebouw (schuur) dat ten dienste is aan het woonschip leggen we geen relatie met de grond, maar gemakshalve en uit solidariteitsoverwegingen gaan we uit van de maximale maten die gelden in de woonschepenverordening. Voor een woonschip aan het Jaagpad: 18,5x7 meter = naar beneden afgerond 120 m², hier 10% van = 12 m². Hiermede wordt dan meteen de rechtsongelijkheid tussen twee woonschepenlocaties opgeheven.
Art. 11 – lid 4 1.d. Zoals wij al aangaven in onze reactie op het concept voorontwerp zou de plaatsing bij sommige woonschepen moeilijkheden kunnen opleveren. Dit in verband met o.a. noodzakelijke constructies gericht op het veilig aanmeren en vastleggen van woonschepen. De beoogde effectieve ruimte van de grond wordt derhalve aanmerkelijk verkleind. Daarom stellen wij voor lid 7 aan te vullen met : c. Burgemeester en Wethouders kunnen vrijstelling verlenen van ( de voorgeschreven plaatsing) lid 4 1.d., als strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. ( Of een soortgelijke vrijstellingsbepaling, gelet op het doel, n.l. dat wij dikwijls niet kunnen voldoen aan de eis van het bestemmingsplan als gevolg van afmeerkabels, nutsvoorzieningen, waterputten, bomen etc)
Art. 9 en 4 – Planbeschrijving – 4.2 Juridische planopzet.
In de tekst van de paragraaf Juridische planopzet staat: “Algemeen uitgangspunt voor het bestemmingsplan Schalkwijkerweg is dat o.a. de gronden in principe conform het huidige ( legale) gebruik bestemd worden”. Op grond hiervan menen wij dat de aanvang van de 1e zin bij de beschrijving Bestemming Erf zou moeten luiden : “De bij de woningen en woonschepen behorende gronden….”.
Bij een in 1975 aangenomen raadsbesluit is bepaald dat de grond bij de woonschepen als tuin mag worden gebruikt. Voor dat gebruik wordt door de bewoners precario belasting betaald. In 2003 hebben 2 leden van de kerngroep BHS met 2 ambtenaren van de gemeente een paar gesprekken gehad over het gebruik van de grond. Daarin is o.a. naar voren gekomen dat de rechtspositie van de bewoners ( sterk) verbeterd zou worden door: -1- het bestemmen van de grond als tuin in het nieuwe bestemmingsplan. -2- door een 2-zijdige b.v. huur/overeenkomst.
Bij navraag bij de desbetreffende afdeling over onder punt 2 genoemde, bleek dat deze afdeling eenzelfde voorstel had, maar dat dit om technische ( te laat in het jaar ) redenen voor 2003 niet haalbaar was. De gemeente hanteert de stelling : Wonen op het water = wonen op het land.
Wanneer deze stelling de gemeente ernst is dan zou zij daar ook naar moeten handelen : door de grond bij een woonschip op dezelfde manier - zoals nu bij woningen gebeurd is – te bestemmen als Erf, en dit op de plankaart aangeven met b.v. de aanduiding: Ews.
Schouwbroekerplas en Wijzigingsbevoegdheid WIV (art. 31) In het Spaarneplan (1994) wordt er (al) van uitgegaan dat de aanwezige verontreiniging van oever en bodem ( van deze plas) een flinke saneringsoperatie zal vergen. Wij veronderstellen dat de uitslag van het – in het voorontwerp aangekondigde – hernieuwde onderzoek naar de ernst van de vervuiling, niet anders zal uitwijzen dan dat er een saneringsplan ( met inspraak daarop door belanghebbenden) op grond van de wet bodemverontreiniging nodig is. In het ontwerp bestemmingsplan zal inzicht gegeven worden in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Naar verwachting zullen de kosten verbonden aan de uitvoering van het saneringsplan niet onaanzienlijk zijn. Daarom zou in bedoeld inzicht nadrukkelijk naar voren moeten komen of de Wijzigingsbevoegdheid WIV binnen de planperiode kan worden toegepast. Overigens geldt dat ook voor de Wijzigingsbevoegdheden WI en WIII. Zekerheidshalve pleiten wij ervoor dat – mocht de gemeente willen vasthouden aan deze wijzigingsbevoegdheden – de toepassing van de Wijzigingsbevoegdheid WII afhankelijk wordt gemaakt aan de toepassing van WIV ( opgenomen in de voorschriften van WII als voorwaarde) en de toepassing van WIV afhankelijk wordt gemaakt van de aanwezigheid van een rechtsgeldig en financieel onderbouwd saneringsplan, eveneens in de voorschriften vastgelegd.
Bestemmingsbepaling Art. 7 – lid 4 onder c In mei j.l. werd bij raadsbesluit ( zie bijlage) art. 8 lid 2c van de Woonschepenverordening gewijzigd. Wij denken dat het nu geen bezwaar ontmoet dat de tekst - van lid 4c tweede punt – in het ontwerp bestemmingsplan wordt aangepast aan de Woonschepenverordening.
Begripsbepaling Art. 2f Kan deze wijze van maatneming wel worden toegepast op een schuur bij een woonschip of moet daarvoor een ander criterium gelden?
Langzame verkeersroute In een brief van 30-09-2004 van de afdeling Proactie en Preventie als antwoord op een vraag van één van de bewoners, i.z. een betere bereikbaarheid van de woonschepen voor hulpdiensten, staat vermeld dat de brandweer aan een bereikbaarheidskaart werkt voor dat gebied. Ook wordt in deze brief aangegeven dat bewoners van dat gebied in een reactie op het ontwerp bestemmingsplan Schalkwijkerweg zelf hun ideeën over de bereikbaarheid kunnen uiten. Daarom willen wij u herinneren aan onze reactie van 10 maart 2005, waarin wij o.a. aandacht gevraagd hebben voor de bestemming/aanduiding “ langzame verkeersroute” op het perceel Zuid-Schalkwijkerweg 50a. Dit perceel heeft de bestemming van Bw. De woonschepen die aan het Jaagpad achter het genoemde perceel liggen hebben sinds 2 jaar geen toegang meer tot dit terrein; het is met een dubbel hekwerk afgesloten en daardoor zijn deze schepen “niet bereikbaar voor de hulpdiensten”. De hermetische afsluiting van het nu braakliggend terrein brengt – mede i.v.m. het parkeerverbod aan de Zuid-Schalkwijkerweg – veel ongemak voor de bewoners, dienstverleners en recreanten ( o.a. van pleziervaartuigen ) met zich mee. De voormalige exploitant van de jachtwerf hield er bij de uitoefening van zijn bedrijf rekening mee dat het terrein toegankelijk moest zijn voor hulpdiensten i.v.m. eventuele calamiteiten bij de woonschepen en recreanten. In een nota aan B en W reg.nr. CH98/1297, i.z. de aanleg van een parkeervoorziening aan de Zwemmerslaan, staat dat de Commissie R.O./GZ in 1996 heeft gesteld dat voor de woonschepen langs het Jaagpad niet alleen voor ontsluitingen moest worden gezorgd, maar dat ook het parkeren moest worden bezien ( mede i.v.m. het – toen – vervallen van parkeergelegenheid op particulier terrein, zou er zo spoedig mogelijk naar een oplossing gezocht moeten worden). Wat zich dus in 1997 voordeed heeft zich – weliswaar op een andere plek – in 2003 herhaald.
0ok staat in bovengenoemde nota onder de kop Financiën dat in het ontwerp IP1999-2008 een bepaald bedrag als onvermijdelijke investering is opgenomen voor de ontsluitingen en het verkeersprobleem.
De gegevens op de plankaart zijn niet actueel: Er staat b.v. nog wel een gebouw op dat al lang geleden gesloopt is. Wat er o.a. niet op staat: -De gasleiding langs het Jaagpad vanaf het verdeelpunt, richting het noorden. -De jachthavens ( incl. aanduiding steigers en meerpalen). -Meerdere schuren van de woonschipbewoners. -De aanduiding Erf ( E )op de bij de woonschepen behorende grond. -De rode contourlijn is niet als zodanig – rood – aangegeven.
Tot slot: een warm pleidooi… In het ontwerp staat op meerdere plaatsen dat het plan consoliderend van aard is. Dat geldt misschien wel voor een paar delen van het plan, maar niet voor de Zuid-Schalkwijkerweg en directe omgeving/aanhorigheden. In de paragraaf monumenten en cultuur-historische waarden wordt er geheel aan voorbij gegaan dat deze weg deel uitmaakt van een buurtschap. Dit buurtschap/ambacht Scalkwyc – ook wel Suyt-Scalkwyc genoemd – bestond reeds in de elfde eeuw. De naamaanduiding “de Scalkwycker wech” is al te vinden op een kaart van Rhijnland ( 1610 –1615). Reden genoeg – lijkt ons – om daar een landschappelijk en cultuur-historische betekenis aan te geven. In de omschrijving van het nu geldend bestemmingsplan Zuid-Schalkwijkerweg (1974) staat: “dat het huidige karakter van deze Zuid-Schalkwijkerweg e.o. met de grootste omzichtigheid wordt benaderd”. Na 1990, vooral vanaf de Zuid-Schalkwijkerweg t.o. de karrentuin – richting Ringvaart, is van deze “omzichtigheid” weinig meer te bespeuren. Achteraf betreurt de gemeente deze ongewenste ontwikkeling, die afbreuk heeft gedaan aan het landelijk karakter van het gebied; des ondanks introduceert zij in het voorontwerp bestemmingsplan Schalkwijkerweg – voor twee gebiedsdelen ( in het buitengebied ) een wijzigingsbevoegdheid, met daarin de mogelijkheid voor een kleinschalige vorm van wonen. Dat dit geen sociale woningbouw zal zijn, ligt voor de hand; maar dit terzijde. In het Streekplan Noord-Holland-Zuid, hoofdstuk 4 – 9 – beleid voor het landelijk gebied, staat dat bij herinrichting of sanering/sloop van vrijkomende gebouwen klein schalige vormen van wonen kan worden toegestaan. ( Voor alle duidelijkheid merken wij hierbij op dat de betreffende passage in het Streekplan geen verplichting inhoudt maar een bevoegdheid die met beleid moet worden toegepast). Het is niet ondenkbaar dat, in de – nabije – toekomst langs de weg nog meer grond vrijkomt voor bebouwing met woningen op bouwpercelen door hele of gedeeltelijke bedrijfssluiting. Ook hier geldt dan dat kleinschalige vormen van wonen is toegestaan. Als de – rode – contourlijn al niet helpt om een verstedelijking in het landelijk gebied tegen te gaan, hoe kan dan “het huidige karakter van de Zuid-Schalkwijkerweg” beschermd worden. Wij zijn van mening dat bij de beoordeling of sprake moet zijn van wijzigingsbevoegdheden niet alleen aandacht besteed moet worden aan het karakter van het gebied, het creëren van recreatieve (fiets ) routes en doorzichten vanaf de Zuid-Schalkwijkerweg naar het Spaarne, maar ook aan de noodzaak om rekening te houden met de landschappelijke, cultuur-historische waarde van de Zuid-Schalkwijkerweg.
Hoogachtend, Namens de kerngroep van de BHS, Mw. G. Zeilstra (secr.) Bijlage : één Brongegevens : “Het Schalwijk van weleer”, van Marcel Bulte
|